‘Dat moet je gewoon doen’, is een veelgehoorde uitspraak. Vaak zegt iemand dat tegen een ander om deze positief en opbeurend aan te sporen om iets op te pakken of uit te voeren. Nou blijkt ‘doen’ al hoog gegrepen voor velen (de managementliteratuur bloeit als nooit tevoren op de boeken die gaan over doen, we blijven te vaak hangen in plannen of beleid maken), dat woordje‘gewoon’ doet ons helemaal de das om. Wat voor jou gewoon is, is voor mij helemaal niet gewoon! En vice versa natuurlijk. Met een jaloerse blik kijk ik vaak naar anderen die dingen doen die ik niet durf of waarvan ik niet weet hoe ze aan te pakken. Al vaak ben ik door anderen aangespoord iets ‘gewoon’ te gaan doen. Mijn glazige blik verraad dan dat ik het helemaal niet zo gewoon vind. Een huizenhoge drempel scheidt mij van doen, alsof ik tegen de beklimming van de Mont Blanc aankijk. Door het gebruik van het woord gewoon zet je jezelf ook nog eens op een voetstuk. Zo van; ‘voor mij is het gesneden koek, doe mij dat maar eens na’. Uiteindelijk is de uitdrukking dan ook niet respectvol voor de ander. Ik stel dan ook voor de uitspraak te verbieden. Het scheelt een hoop irritatie, onduidelijkheid in de communicatie en geeft een hoop ruimte. De eerste die de uitspraak nog hanteert moet uitgebreid mediteren op de vraag hoe je voor een ander iets zo gewoon als voor jezelf maakt.